Bedrijfswoning: privé of op de balans?

Een echtpaar dreef een tandartsenpraktijk in de vorm van een maatschap. In september 1993 kochten zij een woning met losstaande garages. Deze garages werden verbouwd tot praktijkruimte. In de woning bevond zich een kantoorruimte en een deel van de zolder van de woning was in gebruik als archiefruimte. Aanvankelijk werd de gehele woning door de maten tot het privé-vermogen gerekend. Nadat de maten begin 1995 besloten hadden hun onderneming per 1 april 1995 in een B.V. in te brengen, wilden zij hun aanvankelijk keuze herzien: de gehele woning diende als ondernemingvermogen te worden beschouwd.

Standpunt rechter

De rechter in Den Bosch besliste toen dat de grenzen van redelijkheid waren overschreden door de definitieve keuze pas te maken nadat besloten was de onderneming in te brengen in een B.V. Dit betekende dat het gehele pand privé-vermogen was en bleef.
De Hoge Raad bepaalde echter dat de grenzen van de redelijkheid niet waren overschreden en verwees de zaak naar de rechter in Arnhem. De rechter in Arnhem bepaalde onlangs dat de gehele woning terecht tot het ondernemingsvermogen was gerekend. Bij de aankoop van de woning was al duidelijk dat van de totale inhoud van de woning meer dan 10% gebruikt zou worden in de onderneming. In die situatie is er sprake van keuzevermogen en dan staat het de betrokkenen vrij het gehele pand tot het ondernemingsvermogen te laten behoren.

Commentaar

Wel of niet een keuze? Ondernemers die een pand in eigendom hebben en (een gedeelte van) dit pand in hun onderneming gebruiken, krijgen te maken met de vraag of dit pand nu wel of niet tot ondernemingsvermogen behoort en dus wel of niet op de balans van de onderneming moet komen te staan. Hierbij zijn de regels van de vermogensetikettering van belang. Met name bij gecombineerde woon/praktijkpanden (hierna: bedrijfswoningen) speelt de vermogensetikettering een rol.

Splitsen? Er zijn verschillende mogelijkheden. Soms moet er op basis van de (bouwkundige) feiten een splitsing worden aangebracht, waardoor het bedrijfsgedeelte op de balans moet komen te staan, terwijl het woongedeelte privé-vermogen is.

Als deze splitsing niet mogelijk is of niet aan de orde is, zijn er in theorie drie mogelijkheden:
• De bedrijfswoning behoort verplicht tot het ondernemingsvermogen, de ondernemer kan niet anders dan het pand op de balans zetten;
• De bedrijfswoning behoort verplicht tot het privé-vermogen: in deze situatie mag het pand niet op balans staan;
• De bedrijfswoning is keuzevermogen: de ondernemer mag dan kiezen of het pand al dan niet op de balans wordt opgenomen.

10%-criterium. In de loop van de jaren zijn er in de rechtspraak enkele spelregels geformuleerd. Al bijna 50 jaar geleden heeft de Hoge Raad eens bepaald dat een belastingadviseur die ongeveer 10% van een onroerende zaal als ondernemingsvermogen aan te merken.
Dit zogenaamde ‘10%-criterium’ is naderhand meerdere malen aan de orde gekomen en is ook in deze procedure door de rechter als criterium gebruikt.

Als op moment van aankoop van een bedrijfswoning duidelijk is dat deze woning voor meer dan 10% voor de onderneming gebruikt gaat worden, kunt u de woning geheel tot uw ondernemingsvermogen rekenen.

terug
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Tomson groep.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Design Codesign