Hoe lever je aanvaardbaar bewijs?

Ontkomen aan de bijtelling
 
Wie een lease-auto rijdt en aan de bijtelling van 22 procent wil ontsnappen moet een waterdicht bewijs leveren dat hij minder dan 500km privé met de ‘auto van de zaak’ rijdt. Hoe doe je dat, want de inspecteur is uiterst argwanend.

De staatssecretaris van Financiën heeft in een publicatie de regels rond het bewijs aangaande het in privé geen gebruik maken van de auto uitgebreid toegelicht. Hoe is op dit moment de regeling? Voor ondernemers met een eigen zaak en voor werknemers, dus ook voor directeuren van een eigen BV, geldt wegen privé-gebruik van de ter beschikking staande auto een bijtelling van 22 procent van de waarde van de auto. Vervolgens staat in de wet dat wordt aangenomen dat de auto voor privé word gebruikt, ‘tenzij blijkt dat de auto op jaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden wordt gebruikt’. Bij deze 500 kilometer tellen de woon-werkverkeerkilometers niet mee. De aanschrijving die in april is verschenen geeft antwoord op een aantal vragen, met name rond de vraag hoe je nu kunt aantonen dat er minder dan 500 kilometer privé is gereden. Uitgangspunt is de geloofwaardigheid van het verhaal:als je geen tweede auto ter beschikking hebt, wordt het al heel lastig om de inspecteur te laten geloven dat je de auto van de baas voor privé laat staan. Maar stel, er is wel een tweede auto, wat dan? Te denken valt aan het volgende:

- Een sluitende, controleerbare kilometeradministratie van de auto, aangevuld met kopieën van de agenda, verwerkt in een maandstaat die ter controle voorhanden is;

- Een schriftelijke overeenkomst tussen de werknemer en de werkgever die het privé-gebruik door de werknemer verbiedt. Deze afspraak moet controleerbaar worden nagekomen en er moeten bijvoorbeeld privé-gebruik remmende bepalingen bestaat, zoals het niet verzekerd zijn tijdens privé-gebruik;

- Een verplichting om buiten de werktijden de auto van de zaak te parkeren op het terrein van werkgever;

- Het gebruik van een zogenaamde black-box moeten dan wel weer worden aangevuld met agenda’s en werkstaten of bezoekschema’s. Een black-box registreert namelijk wel de kilometers, maar niet het karakter van de ritten. Over al deze methodes kunnen met de betreffende inspecteur afspraken worden gemaakt, afspraken vooraf ten einde te voorkomen dat er achteraf eisen worden gesteld die niet meer kunnen worden ingevuld. Is er nu iets nieuw te melden naar aanleiding van deze publicatie? Nee, in feite komt het nog steeds neer op de controleerbaarheid van de privé kilometers en dat valt of staat met de geloofwaardigheid van de verklaringen die in de rittenadministratie worden opgenomen.

Vastleggen

Als je beschikt over een tweede auto en als je echt geen 500 kilometer per jaar privé rijdt en je wilt de moeite nemen om de rittenadministratie te gaan bijhouden dan kun je dus onder de bijtelling uit. Het is dan wel verstandig om vooraf aan de inspecteur te laten zien hoe je van plan bent een en ander vast te gaan leggen.

Anderzijds is het misschien wel veel voordeliger om veel privé te gaan rijden met de auto van de werkgever, omdat de bijtelling van 22 procent, en daar dan de belasting over, in zo’n geval minder kan zijn dan de kosten die je je in privé moet permitteren om dezelfde privé kilometers te rijden en je bespraat jezelf heel wat werk. Voor directeuren-grootaandeelhouders ligt het in principe precies hetzelfde, maar bewijsrechtelijk probleem is daar groter: er worden immers afspraken met ‘jezelf’ gemaakt. De werkgever; vertegenwoordigd door de directeur, is dezelfde als de gebruiker van de auto en daar kijkt de fiscus dus extra argwanend naar. Het gaat daarbij vaak ook nog eens om duurdere auto’s dan gemiddelde lease-auto, terwijl de tweede auto meestal van een andere categorie is! Ook in dit geval zou te adviseren zijn: rij maar lekker raak in privé met de auto van de zaak en accepteer de 22 procent bijtelling.

terug
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Tomson groep.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Design Codesign